|
Geschiedenis
Geschiedenis van het museum
Het Poppenmuseum werd geopend in 1972 in een gebouw
in renaissance stijl genaamd het Mydlarhuis. Het werd gebouwd door
een inwoner van Chrudim, Matei Mydlar, in de periode van 1573 tot
1577 en een minarettorentje werd er later aan toegevoegd door zijn
zoon Daniël. De museumstukken waren afkomstig van een privé-verzameling
van Phd. Professor Jan Malík (1904-1980), een onvermoeibare organisator
van evenementen over poppen, een poppenspeler en een theoreticus,
historicus, pedagoog en verzamelaar. Hij vroeg ook aan elk nationaal
UNIMA-centrum ("Union Internationale de la Marionnette")
om een deell van hun nationale poppen te schenken aan het museum.
Gedurende de eerste 30 jaar groeide de museumcollectie sterk aan
in omvang en ze wordt voortdurend aangevuld. Op dit ogenblik bezit
het museum ongeveer 8.000 poppen en ongeveer 41.000 andere stukken
(podiumontwerpen en schaalmodellen, versieringen, grafische kunst
beinvloed door poppenkunst, affiches en programma 's, foto 's, manuscripten,
publicaties en nog veel meer).
Een vertoning met poppen is, zoals elke andere vertoning op een
podium, een ervaring van voorbijgaande aard. Het komt slechts tot
leven op het ogenblik van de opvoering zelf. Daarom moeten we des
te grondiger zijn in het verzamelen van al het beschikbare materiaal
over de poppenkunst, archieven en, dezer dagen, ook video-opnamen.
Wat bewaard kan worden is de pop zelf. Het klopt dat het ons niet
veel kan vertellen over de kwaliteit van de opvoering, maar het
is (in de meeste gevallen) een kunstwerk op zich. Het kan je aanspreken
door zijn uitdrukking, het kan een demonstratie zijn van de gebruikte
technieken, van de verschillende nationale poppentradities, van
de specifieke stijl van zijn ontwerper, beeldhouwers,…Het kan een
behoorlijk emotionele ervaring zijn om er nog maar naar te kijken.
Dit zijn allemaal redenen waarom er een museum zoals het onze is.
Dit is waarom het zich bezig houdt met de verzameling en behandeling
van documenten die betrekking hebben op de ontwikkeling van Tsjechische
en, in de mate van het mogelijke, internationale poppenkunst. Dit
is waarom het zowel poppen in eigen huis als op andere plaatsen
in ons land en daarbuiten tentoonstelt.
Waar het museum gevestigd is
Het eerste en oorspronkelijk ook enige gebouw waarin
het museum zich bevond was het prachtige Mydlarhuis in renaissance
stijl (n° 74). Het huis was gebouwd (of later omgebouwd) door een
inwoner van Chrudim, Matej Mydlár (wiens naam afgeleid van "mýdlo"
zeep betekent, daar zijn beroep het maken van zeep en kaarsen was),
van 1573 tot 1576. Aan de voorzijde van dit gebouw bestaande uit
3 verdiepingen kan u 2 overdekte galerijen zien met elk 5 bogen.
Op de eerste verdieping zal uw oog vallen door de figuurlijke versieringen.
De rechtopstaande beelden aan de linkerzijde beelden vroomheid,
rechtvaardigheid, voorspoed en kracht uit, terwijl de rustende beelden
vrede, oorlog, liefde waakzaamheid en kracht vertegenwoordigen.
het opschrift daarin kom uit Hoofdstuk 20 van het Boek van Mozes
uit het Evangelie volgens Johannes, Hoofdstuk 4 vers 16 : "God
is liefde. Hij die in liefde leeft leeft in God en God in hem."
In het jaar 1573, de initialen MM. dragend. Voetstukken van de kollonnen
op één van de overdekte galerijen hebben het motief van het hoofd
van een clown, een stier en een hert, en er zijn verschillende rozetten
en IHS letters (betekent "Iesus hominum salvator - Jesus, de
Redder der Mensen).
De derde galerij was eerst gemaakt van zandsteen en er waren vroeger
een kroonlijst en allegorische figuren. Omdat de muren echter al
in slechte staat verkeerden, werden ze afgebroken en vervangen door
een houten galerij in het begin van de 19de eeuw. Kort nadat het
huis was afgewerkt in 1577 liet Matej Mydlár het na aan zijn zoon
Daniel. Men denkt dat hij de karakteristieke minaretachtige dubbele
toren liet bouwen uit baksteen en gegraveerde stenen. De eerste
toren is 5 verdiepingen hoog en kan betreden worden via een wenteltrap.
Op de verdieping boven het huis heeft het een zeshoekige vorm en
vierkante ramen. De andere toren, gebouwd aan de oostkant het huis,
overstijgt de eerste toren en het hoogste gedeelte heeft de vorm
van een minaret met 8 kleine ramen. Het is moeilijk te zeggen wanneer
de toren precies werden gebouwd, maar we weten zeker dat het vóór
het einde van de 16de eeuw was. Er zijn geen schriftelijke aanwijzingen
waarom ze werden gebouwd. Aangezien ze al van in het prille begin
een "observatorium" genoemd werden, wordt algemeen aangenomen
dat ze ook dienden als sterrenwacht. Matej Mydlar kende de renaissancestijl
van zijn reizen. In die tijd stond de architectuur van Chrudim achter
ten opzichte van andere steden in Bohemië. Daarom wou hij een zo
prachtig mogelijk paleis bouwen. Andere welgestelde inwoners van
Chrudim probeerden daarop hun huizen te verbouwen en de stad werd
zeer opzienbarend. De laatste eigenaar van het huis was Marie Kozlanská
die het aan de gemeente naliet in 1952. Dezer dagen is Mydlars huis
een openbare plaats - er zijn zowel permanente als tijdelijke tentoonstellingen
die jaarlijks veranderen.
Bij speciale gelegenheden is het eveneens mogelijk om de toren te
beklimmen. Kort na de opening, breidde het museum uit tot het aangrenzende
gebouw, n° 73. Voorheen een gebouw in Gothische stijl werd het later
omgebouwd tot een renaissance-gebouw (waarschijnlijk in 1577), terwijl
de ondersteuning (kraagstenen) bewaard werden. Nu huisvest het het
museumkantoor en een deel van het magazijn. In 1990 kocht het museum
het gebouw aan de andere kant van Mydlars huis - n° 75, welk dateert
van de 16de eeuw. De 2 gebouwen werden onderling verbonden om meer
ruimte te hebben voor tentoonstellingen en om plaats te voorzien
voor andere bezoekersactiviteiten.
Kunstgalerij
De galerij werd geopend in 1975 wanneer de reconstructie
van n° 75 was afgerond. Sindsdien zijn er enkele kortstondige tentoonstellingen
gehouden (6 a 7 per jaar) en die zijn niet altijd opgedragen aan
de poppenkunst. Het oorspronkelijke idee was om meer volk aan te
trekken en hen vaker naar het museum te lokken door hen een zo gevarieerd
mogelijke tentoonstelling aan te bieden. Tijdens de eerste periode
werden ook werken tentoongesteld van acteurs die als hobby graag
schilderen. Het museum wil zijn bezoekers ook creatieve kunsten
aanbieden opgedragen aan kinderen, speelgoed en kunstwerken gebaseerd
op spelen met fantasie, creatieve activiteiten van podiumontwerpers
voor poppen, fotografie in verband met theater, jeugdige kunst op
basis van een bepaald thema…en veel meer.
Poppenspeelkamer
Het motto van de kamer is : "Raak aan alstublieft".
Dit is compensatie voor ons (vaak nutteloos) verzoek om geen tentoonstellingsstukken
in het museum aan te raken. Natuurlijk willen vooral kinderen dit
doen. In deze plaats, de speelkamer, is waar ze het kunnen. De speelkamer
werd ontworpen met de hulp van podiumontwerpers van het Departement
voor Alternatief en Poppentheater. van de School voor Dramatische
kunst (DAMU) in Praag. Studenten van een bepaalde klas hadden deze
taak als semesterproject. Daarna was het aan ons om hun ideeën te
realiseren. De podia (één klein voor poppen en één voor marionetten)
zijn het werk van Jan Zich en de poppen werden gemaakt door Bára
Zichova, zijn echtgenote.
|